Sociale Types: Meester Bart, Longarts Sander de Hosson, Judge Joyce

 

Miloe van Beek  schrijft over een docent,arts en rechter. Ze hebbben veel volgers via social media. Stond 22-09-2016 in FD Persoonlijk

 

Ze zijn docent, arts en rechter en hebben (tien)duizenden volgers op social media. Meester Bart, longarts Sander de Hosson en Judge Joyce geven via Twitter en Facebook een inkijkje in hun professionele leven. Ík wil misvattingen de wereld uit helpen.’

          ‘De impact beangstigt me soms’

Bart Ongering (34) ‘Meester Bart’ geeft Engels op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer. Hij heeft meer dan 20.000 Twitter-volgers en ruim 166.000 Facebook-fans. In november verschijnen zijn gebundelde columns, in 2017 zijn eerste roman.

Ik ben op sociale media niet anders dan wanneer ik voor de klas sta. Mijn stukken maken wat los, dat hoop ik als meester ook te doen. Leraar zijn is meer dan alleen de leerstof overbrengen. Pubers zijn vaak gesloten en door zelf open te zijn hoop ik ze te laten zien dat zij hun verhaal ook ergens kwijt kunnen.’

‘Op mijn veertiende is mijn moeder overleden. Als kind wilde ik daar niet over praten, maar er was ook geen docent die zag dat er iets aan de hand was. Gezien worden op school heb ik erg gemist. Met mijn stukken hoop ik andere docenten te inspireren echt naar kinderen te kijken, zodat ze zich realiseren dat zij ook iets te vertellen hebben.

In “Was u ooit kind” schrijf ik over een twaalfjarige die minstens één keer per dag met een time-out op de gang zit. Hij stelde mij de allermooiste vraag die je kunt stellen: of ik zelf ooit kind was geweest. Op die column heb ik zulke persoonlijke, ontroerende reacties gekregen. “Als elke leraar in zijn achterhoofd houdt dat veel kinderen lastig gedrag vertonen met een reden, zouden ze zich minder onbegrepen voelen”, schreef iemand. Een ontroerende reactie, die in een notendop samenvat wat ik wil vertellen.’

‘Ik ben in 2012 opmerkelijke en ontroerende uitspraken van leerlingen gaan delen op mijn persoonlijke Facebook-pagina. “Daar moet je meer mee doen, ze zijn voor een breder publiek leuk om te lezen”, zei een vriend. Na wat aarzelen maakte ik een Tumblr-weblog en een Facebook-pagina aan, waar ik ze op zette. Ik heb enorm onderschat wat die uitspraken losmaken, de eerste dag had ik al vijfhonderd likes. Een paar weken­ later vroeg het onlinemedium Vice of ze me mochten interviewen, daarna kwamen AT5, Het Parool, Het Jeugdjournaal en het verzoek van een uitgever of ik de uitspraken wilde bundelen in een boek.

Vervolgens wilde ik een stapje hoger, stukken schrijven waarin ik meer van mezelf kwijt kon, een groter publiek bereiken. Ik was net actief op Twitter en had misschien tweeduizend volgers, toen ik twitterde: “Ik wil een column in een krant, wie biedt mij een podium?” Ik was benieuwd naar het effect van zo’n tweet. Dagblad Spits reageerde, ik kreeg daar een column in tot de krant ophield te bestaan. Vorig jaar belde Trouw. Die columns worden verspreid via sociale media.’

Niet uit op Kamervragen
‘Ik probeer optimistisch te zijn in mijn stukken en tegelijk een eerlijk beeld te geven van mijn werk, van wat ik voel en denk. Dat de verhalen zo aanslaan, komt denk ik doordat het onderwijs veel herkenning oproept, we hebben allemaal op school gezeten, en veel lezers hebben kinderen. Ik lees de respons globaal door en als er wordt beledigd of gescholden, blokkeer ik mensen. Dat gebeurt trouwens bijna niet: als je zelf genuanceerd bent, krijg je ook genuanceerde reacties.’

‘De meeste leerlingen vinden het leuk dat ik schrijf, al is de een er meer mee bezig dan de ander. Ik vraag altijd toestemming aan de leerlingen over wie ik schrijf en gebruik andere namen. Sommige collega’s zijn enthousiaste lezers, sommige niet. Dat mag. Ik ben op school vooral gewoon leraar, twintig uur per week geef ik les aan acht klassen. Dat is wat ik doe, heb ik met mezelf afgesproken.

Alle verzoeken voor lezingen sla ik daarom af, ik wil niet dat er een les uitvalt of er een vervanger moet komen omdat ik ergens op een podium sta. Ik krijg steeds vaker commerciële aanbiedingen, een meester Bart-schoolagenda, een meester Bart-kledingmerk. Ook daar zeg ik nee tegen, ik zie het als uitbuiting van mijn leerlingen. Ik heb wel ja gezegd op de vraag van uitgever Pepper Books of ik een roman wilde schrijven. Die kans moest ik grijpen van mezelf, het is weer een stap verder in het schrijven.’

‘Ik laat in mijn stukken ook regelmatig mijn zorgen doorklinken over het onderwijsbeleid, maar ik ben niet uit op Kamervragen. Het voelt soms dubbel, ik wil dat mensen naar mij luisteren, naar de dagelijkse praktijk van een leraar, maar de impact en reikwijdte van wat ik schrijf beangstigt me soms ook. Iemand verwoordde het laatst mooi: “Jij dicht de kloof tussen allochtoon en autochtoon, tussen hoog- en laagopgeleiden.” Ik denk dat het samenbrengen van die werelden inderdaad mijn kracht is.’

 

          ‘Mijn Twitter-naam is niet heel                                           magistratelijk           

Joyce Lie (39) is bestuursrechter bij rechtbank Oost-Brabant en heeft als Judge Joyce ruim 12.000 Twitter-volgers en 8600 likes op Facebook.

Er zijn ongeveer 2700 rechters in Nederland, waarvan er zo’n zestig twitteren. Ik ben er uit nieuwsgierigheid mee begonnen, ik had al een persoonlijke Facebook-pagina, maar Twitter snapte ik niet. Ik vond dat ik als rechter in elk geval moest weten wat het precies inhield en ben begonnen met informatie delen over mijn vak. Ik legde juridische termen uit, het verschil tussen moord en doodslag bijvoorbeeld, die in de media soms niet juist worden weergegeven.

Toen ik nog niet zoveel volgers had, veranderde ik mijn Twitter-naam in Judge Joyce. Mijn vrienden noemden me vroeger zo, het was voor mij een soort koosnaampje. Ik had nooit verwacht dat die naam zoveel impact zou hebben, dat ik zoveel volgers zou krijgen. Ik heb weleens het verwijt gehad dat het een weinig magistratelijke naam is, wat natuurlijk klopt, maar hij werkt wel.’

‘Na een artikel in NRC over de twitterende rechter, kreeg ik er in één klap zoveel volgers bij, dat ik er een beetje benauwd van werd. Ik kruip niet weg voor de aandacht, op Twitter sta ik met een foto en ik kies voor die openbaarheid, maar ik wil wel zelf de regie houden. Dus zeg ik verder vaak nee tegen verzoeken voor bijvoorbeeld praatjes. Ik werk fulltime als rechter en dat wil ik zo houden. Ik heb even een column gehad in NRC. Ontzettend leuk om te doen, maar het kostte me uiteindelijk te veel tijd. Ja, twitteren kost ook tijd, maar dat doe ik op onbewaakte momenten, als ik in de trein zit op weg naar de rechtbank of mijn haar föhn ’s ochtends.’

‘Ik twitter vooral interessante gerechtelijke uitspraken, die ik bijhoud met een speciale app. In maximaal 140 tekens schets ik de rechtsvraag of casus. Ik probeer er een cliffhanger in te zetten, zodat mensen klikken op de link naar de uitspraak. Ik lees zoveel mogelijk reacties, zowel van leken als van juristen, ik wil weten wat ze ervan vinden en of het vonnis is overgekomen. Ik vind het belangrijk dat rechters hun uitspraken zo opschrijven dat de meeste mensen ze begrijpen. Het draagvlak voor de rechterlijke macht valt of staat met acceptatie en die kun je alleen bereiken als mensen je begrijpen.’

Gezag van onderaf

‘Sommige collega’s waren in het begin huiverig of ronduit negatief over Twitter. Ik heb weleens een tegenstander geprobeerd te overtuigen, maar soms zijn mensen tegen sociale media zonder dat ze precies weten wat die inhouden of wat ik precies doe. Nu trek ik me minder aan van kritiek. Ik kom weinig narigheid tegen op sociale media, misschien ook doordat ik daar niet mijn mening geef over maatschappelijke kwesties. Ik wil mensen informeren over boeiende rechtszaken, uitleggen hoe het zit en misvattingen de wereld uit helpen.’

‘Rechters zijn een beetje mythische figuren, de toga, de verhoging waar we op zitten, de majestueuze omgeving. Die uiterlijke kenmerken horen bij het gezag van bovenaf, dat aan het afkalven is. Ik vind dat niet zo erg. Als rechters hun werk goed doen, duidelijke vonnissen schrijven en laten zien dat ze communiceren met de samenleving, bijvoorbeeld via Twitter, ontstaat er gezag van onderaf. Volgens mij is dat belangrijker want het draagvlak is groter.

Het mythische gezag, dat ik ook wel sprookjesgezag noem, kan niet hersteld worden. Is het kapot, dan komt het vertrouwen niet meer terug. Toen ik nog niet zo lang twitterde, reageerde er een vrouw heel negatief over de rechterlijke macht. Ze bleek ooit een procedure te hebben verloren. Ik schreef dat ik dat vervelend voor haar vond. Maanden later stuurde ze me een berichtje: sinds ze op Twitter een rechter volgde, had ze meer begrip en respect gekregen voor de rechterlijke macht. Daar werd ik heel blij van, het is precies waar ik het voor doe.’

 

     ‘Ik wil de dood bespreekbaar maken’

Sander de Hosson (38) werkt als longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen en staat op nummer 7 in de top 100 van medisch specialisten op sociale media. Hij heeft bijna 7000 Twitter-volgers, zijn columns verschijnen op Agora, een platform voor palliatieve zorg, en in het Dagblad van het Noorden.

Nee, er zijn niet veel artsen die twitteren. Ik ben het uit nieuwsgierigheid gaan doen, voor de laatste wetenschappelijke inzichten en omdat Twitter een vergaarbak is van meningen. Het medium kan me iets leren over mijn vak, de samenleving en de verhouding daartussen. Ik kan er op een laagdrempelige manier met anderen praten over belangrijke onderwerpen.’

In 2013 beschreef ik in een beschouwend stuk hoe we de kwaliteit van sterven kunnen verbeteren. Ik deelde het op Twitter en kreeg direct reacties: veel mensen waren het met me eens. Ik schreef meer stukken, allemaal over compassie en empathie in de palliatieve zorg. Ze werden gepubliceerd op Artsennet, later op Medisch Contact en nu op de site van Agora, een centrum voor palliatieve zorg. Van daaruit worden ze gedeeld op Facebook en Twitter, en zelf doe ik dat ook.’

‘In de column waar ik het trotst op ben, “Slotcouplet”, beschrijf ik hoe we voor een terminaal zieke, 32-jarige man een huwelijk hebben geregeld. Die column is meer dan 80.000 keer gelezen. Een bizar aantal, vind ik. Ik schrijf daarin dat de coassistent en ik na de ceremonie huilend op de gang stonden, dat we dat als professional vast niet mogen, maar dat me dat geen fluit interesseert. Heel persoonlijk ja, net als de stukken waarin ik beschrijf wat euthanasie met me doet, en de keer dat ik als arts-assistent tegen mijn leidinggevende in ging.

Ik toon mijn twijfels en afwegingen, vertel wat ik niet goed heb gedaan als arts. Daardoor voel ik me niet kwetsbaar, maar juist sterk. Elke dokter heeft die twijfels, waarom zouden we die geheim houden? Door eerlijk te zijn hoop ik het gesprek op gang te brengen over de zorg in de laatste levensfase. Bijna 80.000 mensen maken die jaarlijks door, maar patiënten, nabestaanden en zorgverleners hebben het daar liever niet over. Doe dat wel, is mijn boodschap elke keer weer. Vraag jezelf af wat er belangrijk is in het laatste stukje van je leven, wil je dat in het ziekenhuis doorbrengen? Hoelang wil je worden behandeld? We zijn allemaal onzeker over de dood. Wat gebeurt er? Hoe gaat het verder, met jezelf, met je geliefden? Die vragen zitten in mijn stukken, het stelt mensen gerust dat daar in de zorg aandacht voor is.’

In de eerste plaats arts
‘Ik permitteer me een grote dichterlijke vrijheid, dramatiseer en combineer cases. Soms vraag ik mensen of ik een stuk mag plaatsen, soms zijn mensen overleden en kan ik de familie niet meer bereiken. Dan pas ik het zo aan dat ze niet meer herkenbaar zijn. Ik heb het privacyvraagstuk met ethici doorgesproken. Ik zorg dat mensen echt anoniem blijven, al zullen flarden soms herkenbaar zijn. Patiënten zijn trouwens meestal blij dat ik over dit onderwerp schrijf, net als verpleegkundigen. Zij hebben veel te maken met zorg in de laatste levensfase en zijn blij dat ik dit thema op de agenda zet.’

‘De populariteit van mijn columns zorgt ervoor dat ik steeds meer verzoeken krijg; of ik ze op symposia wil voorlezen bijvoorbeeld. Ik zeg vaak nee. Ik ben in de eerste plaats arts, daarnaast heb ik een jong gezin, daar liggen mijn prioriteiten. Ook krijg ik vaak de vraag of mijn columns worden gebundeld in een boek. Ik denk daarover na, misschien is dat een mooi moment om te stoppen. Want ja, soms denk ik dat het te groot wordt.’

 

Aanvulling NLontwikkeld.nl. Bovenstaande bijlage komt via schrijver Miloe van Beek. Geen probleem als je deze informatie gebuikt maar zet de naam van de schrijver er wel bij. Wees je bewust dat jij al de informatie die je hier kunt vinden kan delen in jouw omgeving. Spreek hier over en deel het in je netwerk en social media. Jij kunt jouw omgeving helpen ontwikkelen ze informeren en laten nadenken over thema’s die ze niet iedere dag via de radio/tv/krant meekrijgen. Wil jij op de hoogte blijven van de laatste bijdragen bij NLontwikkeld. Vul je gegevens in voor de wekelijkse nieuwsbrief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.