Partijen, dat is zó jaren vijftig

Zo Jaren Vijftig nlontwikkeld.nl

 

ARIEJAN KORTEWEG Politiek redacteur voor de Volkskrant.Tekst van 15 maart 2014 via de Volkskrant, maar nog steeds actueel.

 

Ze zijn nog steeds onontbeerlijk voor wie een baan in de politiek of de ambtenarij ambieert, maar de legitimatie van partijen neemt sterk af. Moeten ze bij het grofvuil?

Partijen, dat is zó jaren vijftig

Wie dacht dat een democratie niet anders kan werken dan met debatten tussen lijsttrekkers, verkiezingsaffiches, rozen uitdelende kaderleden, partijen die steeds meer op elkaar gaan lijken, gekonkelefoes over kieslijsten en beloften die nooit helemaal worden nagekomen, die moet er Thorbecke nog maar eens op nalezen. Johan Rudolf Thorbecke (1798 – 1872), grondlegger van onze democratie en schrijver van onze Grondwet, moest niets van partijen hebben. Ze worden in de Grondwet niet genoemd. Voor Thorbecke was een politicus iemand die zich richtte op het algemeen belang en afstand hield van maatschappelijke groepen. Bij zijn dood werd hij diep en algemeen betreurd.

Partijen zijn ongrondwettelijk, zeggen vandaag de dag de scherpslijpers die in dit artikel worden opgevoerd. Ze veroorzaken een verenging van het politieke proces, omdat ze het contact van de burger met het openbaar bestuur zowat monopoliseren. Tegelijk neemt hun legitimatie af. Ga maar na: het aantal partijleden loopt al decennia geleidelijk terug, van 600 duizend in de jaren vijftig naar 300 duizend nu, amper 2,4 procent van de kiesgerechtigde bevolking. De gemiddelde leeftijd van de leden van de traditionele partijen ligt rond de 60 jaar.

In de woorden van voormalig D66-senator Jan Vis: ‘Partijen zijn oude olifanten op weg naar hun laatste rustplaats.’ Politicologen zeggen wel dat we op weg zijn naar een ‘toeschouwersdemocratie’, met partijen die vooral campagnemachines worden, waarbij de partijleider veel macht heeft en structuren losser worden.

Toch blijven het de partijen die alle baantjes verdelen. De laatste partijloze minister zwaaide in 1957 af, de laatste staatssecretarissen zonder partij deden dat tien jaar later. Wie geen lid is van een partij, komt niet in de gemeenteraad, laat staan in het parlement. Terwijl diezelfde Kamer en gemeenteraden bevolkt worden door een massa volksvertegenwoordigers die amper kiezers achter zich kregen; ze liftten mee in het kielzog van een lijsttrekker die als stemmenkanon fungeerde.

Tot zover de wetgevende macht. Bij de uitvoerende macht is het niet veel anders, al springt dat minder in het oog. Wie een loopbaan als topambtenaar ambieert, ontkomt er niet aan zich bij een partij aan te melden, zo wees onderzoek van het blad Binnenlands bestuur uit. Maar liefst 29 procent van de ambtenaren is partijlid, en van de topambtenaren is dat bijna 100 procent.

Dan gaat het niet om zomaar een partij: alleen VVD, PvdA, CDA en D66 bieden uitzicht op een mooie carrière in de ambtenarij; sympathie voor de PVV is bij een overheidscarrière juist een handicap.

Baantjesmachine

In een stemmig grand café aan het Vrijt-hof in Maastricht vertelt Nico Baakman hoe dat werkt. ‘De ambtelijke top en de hoge adviesorganen, daar kom je als partijloze niet tussen’, zegt Baakman, die als universitair docent European studies aan de Maastrichtse universiteit het verband tussen overheidsbenoemingen en partijpolitiek sedert 1900 onderzoekt. ‘Denk aan de Rekenkamer, de Raad van State, de SER, een secretaris-generaal en directeur-generaal, maar ook aan raadsgriffiers, gemeentesecretarissen, burgemeesters en commissarissen van de koning.’ Baakman trekt een nuchtere conclusie. ‘Als de partijpolitieke verdeling belangrijk is, dan is de kwaliteit dat blijkbaar niet. Partijen vissen voor hun kandidaten in een kleine vijver.’

Waarmee meteen een belangrijke functie van partijen in beeld komt: die van baantjesmachine. Daar wreekt zich dat het aantal actieve leden over de hele linie terugloopt. Volgens Gerrit Voerman van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen is niet meer dan ongeveer 10 procent van de leden politiek actief. Wat betekent dat vraag en aanbod dreigen samen te vallen: het aantal kandidaten is zo ongeveer gelijk aan het aantal functies dat moet worden vervuld. Veel partijen hebben moeite hun kieslijsten te vullen. D66 heeft om die reden al het beleid ten aanzien van dubbelfuncties versoepeld.

Daarmee loopt de tweede functie die aan partijen wordt toegekend, die van selectiemechanisme, gevaar. ‘Lid zijn van de grote vier helpt’, vat Baakman samen. ‘En helemaal als je een jonge meid bent. Ga naar partijvergaderingen, zorg dat je inbreng hebt, doe wat klussen voor de partij en binnen een paar maanden is je politieke toekomst geregeld.’

‘Het barst van de Kamerleden op wie nooit iemand stemde’, zegt Baakman. ‘Die moeten dus wel onder het juk van de partij door, omdat ze daaraan hun legitimiteit ontlenen. Bijna 100 procent van het stemgedrag in de Kamer verloopt volgens de partijlijn, zelfstandigheid is dus een illusie. Tegelijk heeft zo’n partij maar een heel smal kanaaltje naar de samenleving. Van de partijleden bezoekt maar een fractie de congressen. Gevolg is dat partijen amper nog weten wat hun kiezers willen. Dat zag je toen de VVD anderhalf jaar geleden instemde met inkomensafhankelijke ziektekosten. Er brak zowat een opstand uit.’

De grote beweging die Baakman ontwaart, is die van meer democratie naar meer efficiëntie. Aan de hand van de Haagse Trêveszaal, waar de regering vergadert, schildert hij een glijdende schaal. Aan de besluiten die daar worden genomen, kunnen theoretisch minimaal één en maximaal zeventien miljoen mensen een bijdrage leveren. Daartussen zijn alle denkbare gradaties mogelijk. De tendens, zegt Baakman, is naar steeds meer centraliseren en dus minder betrokkenheid: minder gemeenten, minder waterschappen, grotere provincies.

Wat nu als zou blijken dat als gevolg daarvan het tijdperk van de politieke partijen voorbij is? Dat de olifanten echt naar het kerkhof moeten? David van Reybrouck maakt al een poosje furore met het pamflet Tegen verkiezingen, waarin hij een verrassend alternatief propageert: lotingen. De oude Grieken gebruikten al het systeem waarbij burgers door het lot werden aangewezen om deel te nemen aan de besluitvorming. Ierland en IJsland experimenteerden er recentelijk op kleinere schaal mee. ‘Er is veel voor te zeggen’, vindt Baakman. ‘Want wat is democratie anders dan vertrouwen in het gezonde oordeel van de burgers. Maar de ervaringen zijn beperkt.’

Baakman zelf zou in de Kamer geheime stemmingen willen, zodat de partijdiscipline gemakkelijker te omzeilen is. En hij bepleit een terugkeer naar het districtenstelsel. ‘Dan ontstaat een dubbele loyaliteit, aan zowel je partij als je kiesdistrict. Wie legitimiteit in zijn district heeft, is minder afhankelijk van de partijleiding.’

Louis Bontes
Een extreem voorbeeld van waartoe het partijstelsel kan leiden is het onafhankelijk Kamerlid Bontes. Louis Bontes haalde bij de laatste Kamerverkiezingen 958 stemmen. De kiesdeler stond op 62.829 stemmen, wie met voorkeurstemmen, en dus op eigen kracht, gekozen wilde worden, had een kwart daarvan nodig: 15.708 stemmen. Bontes veroverde zijn Kamerzetel onder de vleugels van Geert Wilders, die hem voor de PVV op plek vijf had gezet.

Zoals meer PVV’ers kreeg Bontes op zeker moment genoeg van de manier waarop de partij geleid wordt. ‘Alles draait om één man’, vertelt hij in zijn werkkamer aan het Binnenhof, gelegen boven de burelen van zijn oude fractie. ‘En ik kon geen verantwoordelijkheid meer nemen voor de manier waarop fractiegeld wordt gebruikt.’ Bontes vertelt dat hij heeft gepleit voor een echte partijstructuur; de PVV (die eigenlijk een vereniging is met Wilders als enig bestuurslid) zou moeten uitgroeien tot een brede volkspartij met een scoutingafdeling, die meedoet aan verkiezingen in toch zeker enkele tientallen gemeenten. Een pleidooi dat niet op prijs werd gesteld. ‘Geert wil de macht niet delen’, is zijn conclusie. ‘Als PVV’er kom je niet snel voor andere baantjes in aanmerking. Dus houdt iedereen krampachtig vast aan zijn zetel en gaat niet tegen de leider in.’

Referendum
Bontes werd uit de partij gezet. Voor zijn besluit desondanks als kleine zelfstandige in de Kamer te blijven, heeft hij diverse argumenten. Om te beginnen begreep de achterban volgens hem niet waarom hij uit de fractie zou moeten. Belangrijker nog: Wilders had indertijd hetzelfde gedaan als fractielid van de VVD. Bovendien: ‘Voor zo’n grapjas zeg je je baan als districtscommandant regionale veiligheid in de Rijnmond op en even later zou je dan werkloos thuis zitten.’

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: Bontes speelt nu zelf met de gedachte een partij op te richten. Marco Pastors, Rita Verdonk, Peter R. de Vries, Hero Brinkman en Joost Eerdmans lieten zien dat dat zo simpel nog niet is. ‘Een parkeerwachter boezemt meer vertrouwen in dan een politicus’, vat Bontes samen.

Op de lichte zolderverdieping van een pand aan de Amsterdamse Herengracht houdt het Referendum Platform kantoor. Hier huizen de mannen die werken aan een echt alternatief voor partijen. Coördinator Arjen Nijeboer van het Platform doet de drijfveren uit de doeken. Dat leden van de Tweede Kamer zonder last of ruggespraak zouden stemmen, is door het partijenstelsel al lang uitgehold, vindt hij. ‘In feite hebben kleine facties de staat gekidnapt. En omdat de inhoud er nog amper toe doet, let je bij het stemmen alleen op personen. Partijen horen bij de jaren vijftig. Toen deelden katholieken of socialisten elkaars wereldbeeld. Nu denken mensen issuegericht.’

Niesco Dubbelboer, die als Tweede Kamerlid voor de PvdA ooit aan de wieg stond van zowel het raadgevend referendum als het burgerinitiatief waarmee burgers een onderwerp op de Kameragenda kunnen plaatsen, is genuanceerder. ‘De makke van de democratie is dat partijen zich laten voorstaan op hun programma, terwijl je maar moet afwachten wat daarvan terechtkomt.’ Toch vindt hij partijen nog steeds onontbeerlijk. ‘Ze geven richting aan het morele kompas en kunnen verrijkend zijn voor de ideeënontwikkeling.’

De burger zit ver af van de beslissingen, constateert het duo. Bij een referendum speelt dat volgens hen allemaal niet. Dan is er geen vaste verdeling tussen oppositie en coalitie, alleen wie genoeg overzicht heeft over een onderwerp zal gaan stemmen. Vier of vijf referenda per jaar, dat zou volgens hen de politieke stabiliteit vergroten en de schommelingen beperken. Ook zou de betrokkenheid groeien: de opkomst bij gemeentelijke referenda ligt amper lager dan die bij raadsverkiezingen.

Volgens Dubbelboer hoeft de rol van partijen daarmee niet uitgespeeld te zijn. Ze moeten zich meer richten op het hoe dan op het wat. Waarbij het referendum wat hem betreft een belangrijk instrument wordt. ‘Partijen worden dan initiator en de staat krijgt de taak het publieke debat te organiseren.’ Hij vergelijkt de invloed van een referendum met de toestand waarin de regering Rutte verkeert, die met de oppositie moet onderhandelen om meerderheden te krijgen. ‘De legitimiteit neemt daardoor toe.’

Vooruitgangspartij
‘De andere partijen, dat zijn stilstands- of achteruitgangspartijen’, leest Arthur Brautigam voor van het pak papier dat hij in zijn hand geklemd houdt. ‘Ik heb dan ook het initiatief genomen een nieuwe politieke partij op te richten: de Vooruitgangspartij. Wij zullen de levenskwaliteit van de bevolking sterk verbeteren!’

De vier aanwezigen in het zaaltje van perscentrum Nieuwspoort – naast uw verslaggever zijn dat de voorzitter van de Stichting Pensioenbehoud, de oprichter van de Bond voor Belastingbetalers en de assistente van Brautigam – horen het nieuws bereidwillig aan. Brautigam, voormalig topambtenaar van de Europese Unie in Brussel, raakt pas echt in vuur en vlam als hij zijn papieren laat voor wat ze zijn. ‘Dit is het medicijn waar het land al jaren op zit te wachten’, verzekert hij als zijn omvangrijke financiële paragraaf aan de orde komt.

Hoe de Vooruitgangspartij er in de praktijk uit moet zien, daarin heeft Brautigam zich nog niet zo verdiept. Bij de bestaande partijen is voor zijn ideeën geen ruimte, dat staat voor hem vast. Daarom wil hij zelf een partij beginnen, met leden en een bestuur. Niet vanwege de gemeenteraadsverkiezingen, maar om over twee maanden in Europa mee te doen. Het logo is er al: een rood-wit-blauwe bolvorm met de letters VP. Met een landelijke debatwedstrijd wil de partij kandidaten voor de functie van premier selecteren. De hoofdprijs: een veertiendaagse reis naar surfersparadijs Cabarete in de Dominicaanse Republiek.

De drang partijen te vormen is sterker dan Thorbecke ooit had kunnen vermoeden.

Geheime stemming

In de Tweede Kamer volgen fractieleden bij stemmingen doorgaans de partijlijn. Geheime stemmingen zouden meer ruimte geven om de eigen overtuiging te volgen.

Loting bij de oude Grieken
In Athene werden in de 5de en 4de eeuw voor Christus de belangrijkste bestuurders door loting aangewezen. Dat gold zowel de wetgevende als de uitvoerende en rechterlijke macht. Beroepspolitici bestonden niet. Ook nu worden burgers bij het landsbestuur betrokken. In Ierland schreven burgers mee aan acht artikelen voor de grondwet, in IJsland droegen ze bij aan de integrale tekst. Nederland kende het burgerforum Kiesstelsel, dat in 2006 burgers opriep mee te doen aan een hervorming van het kiesstelsel. Het project sneefde omdat initiatiefnemer D66 al snel uit de regering viel.

Raadplegen van het volk
In Nederland werd in 2005 voor het eerst een landelijk referendum gehouden, over het verdrag tot vaststelling van een Europese grondwet. Honderd gemeenten en vier provincies hebben een referendumregeling. Sinds 1970 zijn 156 lokale referenda gehouden. De Eerste Kamer behandelt op 8 april een wetsvoorstel voor het correctieve referendum.

Stelsel van kiesdistricten

Tot 1918 was Nederland verdeeld in kiesdistricten. Afgevaardigden behartigden de belangen van een partij, maar ook van de achterban in hun district. Frankrijk en Engeland kennen nog steeds een dergelijk systeem. Het CDA bepleit een gedeeld districtenstelsel. Daarbij zou de helft van de Kamer via landelijke lijsten worden gekozen en de andere helft via districten.

 

Aanvulling NLontwikkeld.nl. Bovenstaande bijlage komt via ARIEJAN KORTEWEG. Geen probleem als je deze informatie gebruikt maar zet de naam van de schrijver er wel bij. Wees je bewust dat jij al de informatie die je hier kunt vinden kan delen in jouw omgeving. Spreek hier over en deel het in je netwerk en social media. Jij kunt jouw omgeving helpen ontwikkelen ze informeren en laten nadenken over thema’s die ze niet iedere dag via de radio/tv/krant meekrijgen. Wil jij op de hoogte blijven van de laatste bijdragen bij NLontwikkeld. Vul je gegevens in voor de wekelijkse nieuwsbrief. 

Eén gedachte over “Partijen, dat is zó jaren vijftig”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *